"Twintig telers, twintig meningen" en hoe autonome sturing ze samenbrengt

In een recent interview deelt Arie van der Giessen een open en realistische blik op de dagelijkse afwegingen in moderne glastuinbouw. Met tientallen jaren ervaring in internationale, grootschalige teeltomgevingen heeft hij gewerkt met uiteenlopende teams, gewassen en locaties. Die brede achtergrond geeft hem een scherp perspectief op één van de grootste uitdagingen van vandaag: omgaan met toenemende complexiteit en tegelijk consistentie behouden.

De glastuinbouw van vandaag draait al lang niet meer alleen om planten telen. Het is, zoals Arie het noemt, topsport. ‘We hebben onze dagelijkse werkzaamheden verdrievoudigd of zelfs verviervoudigd,’ legt hij uit. ‘Er zijn zoveel meer factoren om rekening mee te houden en elk onderdeel moet kloppen.’

Die toenemende complexiteit is vooral zichtbaar in irrigatie- en klimaatsturing. Beslissingen moeten continu worden genomen, vaak onder tijdsdruk en op basis van verschillende databronnen. Volgens Arie zit de echte uitdaging echter niet in de techniek, maar in menselijke aandacht. ‘Elke dag zijn er momenten waarop de aandacht verslapt,’ zegt hij. ‘Aan het einde van de middag willen mensen naar huis. Dat is het moment waarop fouten ontstaan.’

Kleine inconsistenties met grote impact

Die fouten zijn zelden spectaculair groots. Ze uiten zich juist in kleine inconsistenties die onopvallend invloed hebben op de plantprestaties. ‘Te nat, te droog. Die schommelingen zouden er niet moeten zijn,’ aldus Arie. ‘Je wilt stabiliteit. Maar in de praktijk zie je dat dit voortdurend gebeurt.’ Een gemist irrigatiemoment of een vertraagde klimaatreactie op veranderend weer zorgt voor subtiele stress in het gewas. ‘Je kunt het de volgende dag corrigeren,’ voegt hij toe, ‘maar je bent altijd aan het corrigeren. Je loopt voortdurend achter de feiten aan.’

Voor Arie legt die voortdurende correctiecyclus een beperking bloot van handmatige sturing in steeds complexere teeltomgevingen. ‘Als een plant op het verkeerde moment net iets te weinig water krijgt, verlies je groeipotentie,’ zegt hij. ‘Het lijkt klein, maar het stapelt zich op. Minder fouten betekent topresultaten.’

Telers zijn het eens over de basis, maar verschillen in uitvoering

De uitdaging wordt nog groter in multi-site organisaties. Door zijn ervaring op verschillende locaties heeft Arie gezien hoe subjectieve beslissingen leiden tot variatie. ‘Iedereen maakt min of meer dezelfde fouten,’ zegt hij. ‘Maar iedereen doet dingen ook net anders. Twintig telers betekent twintig meningen.’

Zelfs wanneer telers het eens zijn over de basisprincipes, verschilt de uitvoering. ‘We weten allemaal dat je na de derde irrigatiebeurt wat drain wilt zien. Dat is geen nieuwe kennis,’ legt Arie uit. ‘Maar toch past iedereen het anders toe.’ Sommige telers accepteren dagelijkse schommelingen als normaal, terwijl anderen streven naar strikte consistentie. ‘Ik kan het niet accepteren als de draincurve vandaag totaal anders is dan gisteren. Dan is er iets veranderd in de uitvoering.’

Een ander terugkerend patroon dat Arie ziet, is overmatig bijsturen. ‘Telers blijven klimaatinstellingen aanpassen,’ zegt hij. ‘Maar soms zie je pas na twee of drie dagen effect. Als je blijft veranderen, weet je niet eens wat daadwerkelijk heeft gewerkt.’ In grotere organisaties zijn daarom soms limieten ingesteld voor het aantal aanpassingen per periode, puur om ruis te verminderen.

Op koers kunnen blijven, ongeacht de omstandigheden

Juist dit soort uitdagingen heeft geleid tot de ontwikkeling van autonome klimaat- en irrigatiesturing. In plaats van reageren nadat afwijkingen zijn ontstaan, richten deze systemen zich op het consistent uitvoeren van een vooraf bepaalde strategie gedurende de hele dag. Oplossingen zoals Crop Controller laten zien hoe telers variatie in uitvoering kunnen verminderen, zonder hun strategische rol te verliezen.

Autonome sturing leidt direct tot consistentie

Wat voor Arie het zwaarst weegt, is het effect op stabiliteit. ‘Autonomie geeft je consistentie,’ zegt hij. ‘Dan kun je je richten op de strategie, in plaats van het herstellen van gisteren.’ Telers bepalen zelf hoe zij het gewas willen sturen, terwijl Crop Controller zorgt voor een nauwkeurige, continue uitvoering van die intentie.

Arie benadrukt daarbij dat irrigatie en klimaat nooit los van elkaar moeten worden bekeken. ‘Het is één geheel,’ legt hij uit. ‘Eén plus één wordt drie. Het gaat om hoe je wilt telen en welk productieniveau en kwaliteitsniveau je nastreeft.’ Wanneer deze onderdelen geïntegreerd functioneren, wordt het teeltproces voorspelbaarder, zowel over verschillende dagen als over meerdere locaties.

Deze geïntegreerde aanpak helpt organisaties bovendien om kennis te borgen. ‘Ook als mensen wisselen, blijf je manier van telen hetzelfde,’ zegt Arie. Consistente uitvoering maakt het eenvoudiger om locaties te vergelijken, strategieën te verfijnen en resultaten structureel te verbeteren.

Tegelijkertijd creëert autonomie ruimte. ‘Er zijn zoveel andere zaken die aandacht vragen,’ zegt Arie, verwijzend naar plantgezondheid, arbeid en biologie. ‘Als je voortdurend bezig bent met de klimaatcomputer, kom je daar niet aan toe. Juist daar zit de echte waarde.’

Meer rust en focus in de dagelijkse praktijk

Terugkijkend reflecteert Arie op de mentale belasting van handmatige sturing. ‘Als ik ’s avonds niet goed had geïrrigeerd, lag ik wakker. Ik was altijd aan het controleren.’ Door die constante druk weg te nemen, kunnen telers met meer focus en vertrouwen werken.

Voor Arie is de richting van de glastuinbouw dan ook duidelijk. ‘Dit is de toekomst,’ sluit hij af. ‘Niet omdat het mensen vervangt, maar omdat het hen helpt beter te werken.’ Nu glastuinbouwbedrijven blijven groeien en complexer worden, biedt autonome klimaat & irrigatiesturing een praktische manier om teeltstrategieën op elkaar afgestemd te houden, over mensen, locaties en tijd heen.